
Het is al vaker opgemerkt dat de Meuse rijk is aan kleine monumenten. Om die te ontdekken heb je een oplettend oog nodig want ze bevinden zich vaak op de meest onverwachte plaatsen. Zo heeft Gérard Cady, een historicus gespecialiseerd in de geschiedenis en architectuur van Montmédy en omstreken, onlangs een mooie ontdekking gedaan.

Het noorden van de Meuse - en met name de Woëvre - is een zeer waterrijk gebied dat wordt doorsneden door talloze riviertjes en beekjes. De bevolking heeft daar altijd gretig gebruik van gemaakt voor de aanleg van bijvoorbeeld wasplaatsen en vijvers die voor verschillende doeleinden worden benut zoals de drinkwatervoorziening (Etangs du Haut-Fourneau bij Mangiennes).

Onlangs stond er in de regionale krant een opvallend bericht: tijdens zijn staatsbezoek aan Armenië begin oktober had president Sarkozy een sculptuur aangeboden om de goede relatie tussen beide landen te onderstrepen. Daar is op zich niets vreemds aan ware het niet dat het een copie betrof van een beeld van Rodin dat de schilder Jules Bastien-Lepage voorstelt. Buitengewoon curieus!

«Chiner» of «faire la chine» heeft niets met het land China te maken maar alles met vlooien- en brocantemarkten.

Sinds kort heb ik de sportieve draad weer opgepakt...

De Renaissance is een van de belangrijkste periodes uit de geschiedenis en heeft sterke impulsen gegeven aan de ontwikkeling van kunsten en wetenschappen.
Vandaag de dag zijn nog veel overblijfselen hiervan te bewonderen en de Meuse mag zich verheugen in een rijk patrimonium.

De klaproos met zijn intens rode kleur is een vrolijke verschijning in de bermen en langs de akkerranden. Overal in de Meuse staan ze nu volop te bloeien en stellen door hun grote aantal de andere veldbloemen in de schaduw. Met name waar de bermen al gemaaid zijn. De kleurige « coquelicot » is doorgaans de voorbode van de zomer en je krijgt spontaan zin in vacantie.

Een kleine kroniek van Jacques
Onlangs kreeg ik het verzoek van de redactie van «Meuse-Ardennes-Argonne» om mijn berichten ook op hun website te publiceren.

Vanmorgen kwam ik aanrijden op een kruising. Er kwam geen verkeer aan en voor mijn neus stond een stopbord. Dus wat doe ik? Juist... stoppen. De Nederlander achter mij dacht hier duidelijk anders over.

GEBOREN:
Onze dochter is eindelijk op de wereld en ze heet Annelieke Willemijn.

Met mijn bevalling in zicht, heb ik ons huis in Noord-Frankrijk verruild voor ons appartement in Nederland.
Wat was dat wennen in het begin ...

Alles kan hergebruikt worden en hier op het Franse platteland zijn ze er Olymipsch kampioenen in.

Vanmorgen was er de jaarlijkse herdenkingsdienst van de Eerste Wereldoorlog in ons dorp. En wij waren niet de enigen. Ook in de andere 36.780 gemeentes van Frankrijk werden er bloemen gelegd en hield de burgemeester een praatje.

Ons huis staat op DE hoek in het dorp (zoveel hoeken zijn er namelijk niet). Dat heeft soms zo zijn voordelen, want vanuit ons kantoor hebben we een prima zicht op alles wat er zich in ons dorp afspeelt. Grote delen van de week gebeurt er trouwens helemaal niets, maar ALS er dan iets beweegt in onze ooghoeken, kunnen we niet anders dan even naar buiten kijken.

Zaterdag hadden we Amerikaanse vrienden over de vloer en die doe ik niet zo'n plezier met mijn culinaire hoogstandjes. Een pizza of kebab is meer aan ze besteed. En zo togen we dus met z'n vieren al likkebaardend naar de plaatselijke (15 kilometer verderop) kebab/pizza tent...

Het schrijven van een weblog over Frankrijk zonder te praten over de Franse slag bestaat eigenlijk niet, dus ik kan niet achter blijven.
De meeste Nederlanders denken dat geen enkele Fransman precies met de tijd omgaat en dat ze allemaal te laat komen. Voor ons nep-Fransozen komt dat prima uit …

In Nederland fiets je, bijna zonder erbij na te denken, na het werk even langs de supermarkt. In Frankrijk is het voor ons een dagbesteding; 50 kilometer kronkelen over de Franse wegen naar Verdun. Vervolgens eerst naar de Grand Frais, dan naar de Lidl en tenslotte naar de Cora. Om tenslotte weer 50 km terug te pruttelen.

We zijn een paar dagen 'op vakantie in eigen land' geweest. Om precies te zijn Bretagne. Kennissen van ons hadden er een huisje gehuurd en vroegen of we zin hadden om een paar dagen langs te gaan als we toch op weg naar Nederland waren. Zonder eerst uit onze topografische kennis te putten, zeiden we direct vol enthousiasme 'JA!', en toen keken we pas op de kaart …

Gezien de leeftijd van onze auto (1998) valt het nog enorm mee wat er tot nu toe aan gerepareerd is. Maar áls er dan toch iets mis is, ben ik altijd weer blij dat de garage zo dichtbij ons dorp te vinden is.

Al vanaf dat we in ons dorp zijn gaan wonen, struin ik rond op zoek naar oude foto's van het dorp en de omgeving. In het begin ging dat soms wat moeizaam, want niet iedereen hier begreep wat ik toch met die oude foto's moest.

Je zou het bij het zien van onze auto misschien niet meteen zeggen, maar Mark en ik zijn echte autorijders. Voor ons is er niets leukers dan op een mooie dag een beetje te toeren over de Franse weggetjes. Onderweg maken we graag een ommetje om bij bekenden een kop koffie te drinken.
Maar hoe we ook ons best doen, we komen óók altijd weer op het verkeerde weggetje uit.

Vanaf april beginnen ze allemaal weer. De brocantes, vide greniers (zolderopruimingen) en andere rommelmarkten. Wij Nederlanders hebben hier altijd een overdreven romantisch idee bij; je gaat naar de brocante en komt thuis met een zeldzaam stuk aardewerk, een antieke tafel of uniek schilderij. De werkelijkheid is anders, maar daardoor niet minder leuk!
Van de week zei een dorpsbewoner tegen me dat hij het opmerkelijk vond dat de Nederlanders in het dorp het zo goed met elkaar konden vinden. Hij zei dat enigszins weemoedig, want ons dorp is min of meer in twee groepen verdeeld met daarbinnen weer een aantal subgroepjes. De wrok, de jaloezie, de afkeer is vaak al decennia oud en wordt van ouder op kind overgedragen. Het geheugen is hardnekkig en een eerste stap om deze idiote ketting te doorbreken schijnbaar moeilijk. Wat eenmaal tussen twee Franse oren is geplant, valt er niet meer tussenuit te wieden.
Sinds we alweer een tijdje in de Franse Ardennen wonen, beseffen we pas goed hoeveel geluk we hebben gehad met het huis dat we direct na één bezichtiging hebben gekocht. Onze zoektocht naar het ideale huis heeft bijna een jaar geduurd. Dit huis was direct een coup de foudre, dus verstand op nul, we moesten en zouden het hebben.
Het nieuwe jaar was nog geen dag oud of het noodlot sloeg al toe. De temperaturen waren de laatste twee weken rap gedaald tot zelfs -20° ’s nachts. De mooie natuur veranderde in een kil winterlandschap waarbij de ijzige wind mens en dier zo snel mogelijk naar binnen joeg. Maar niet onze honden, die eisten zoals gewoonlijk hun wandeling op en er zat niet anders op dan mopperend mijn jas aan te trekken.
We wilden de Kerst eens lekker met z’n tweetjes doorbrengen. Een beetje wegdromen bij de kachel, wat simpele hapjes met een lekker glas wijn, een frisse wandeling. De familie vond de rit naar de Ardennen te koud en te glad en dat geldt natuurlijk ook voor omgekeerde richting, dus niemand mopperde over de gang van zaken.
Ik heb last van mijn geweten. Ik heb namelijk altijd de pest aan jagers gehad. Het zijn mennekes die zich pas kerel voelen als ze een dier doodschieten. Het zijn mennekes die zich in gevechtskleren hullen en in stoere auto’s rijden. Het zijn mennekes die aan wildbeheer doen uit liefde voor de natuur, althans dat willen ze je zo graag doen geloven.
Uit alle hoeken van het dorp hoor je de kettingzaag gieren. We kunnen er niet langer om heen. De herfst heeft zich nu echt gemeld en het is de hoogste tijd om de houtstapel voor de kachel in orde te maken. Jan en ik zijn ruw uit onze zomerse sluimer gewekt en bekijken bedenkelijk de meterslange muur van hout dat nog tot vuurklare brokken moet worden gezaagd. Het motorzaagje hield het bij onze eerste poging al voor gezien en Jan vond dat een goed excuus om zich een professionele kettingzaag met stoer lawaai aan te schaffen. Je manlijkheid staat hier namelijk al snel ter discussie en het geluid van een snerpend kettingzaagje rijkt ver. Je wilt toch niet dat je dorpsgenoten horen dat die Hollander met een vrouwenzaagje in de weer is?
We begroeten elkaar in de Ardennen met 4 kussen. Hieraan valt niet te ontsnappen. Zo kus je al mensen waar je nog maar nauwelijks een frans woord mee hebt gewisseld, begeleid door een gemompeld “Ça va?”. Je moet daarna natuurlijk niet gaan uitwijden over je ziektes of andere narigheden, de vraag is maar voor de aardigheid. Enkel je hand uitsteken wordt daarentegen algauw weer opgevat van “ik ken je, maar blijf op afstand!” Ik heb al eens een onthutst gezicht voor me gezien toen ik enkel een handje gaf; het niveau van de begroeting weer eens verkeerd ingeschat.
Ons dorp is in rep en roer. Er is zomaar een groepje zigeuners neergestreken, weliswaar net buiten het dorp - op het veldje naast ons huis - maar je weet maar nooit straks worden het er steeds meer. Men is aardig tegen ze en dan zeggen ze anderen dat ze hier ook moeten komen. Een vriendelijk onthaal heeft aanzuigende werking menen mijn dorpsbewoners. Vandaar dat de families nog maar net hun caravan hadden afgekoppeld of de politie verscheen ter tonele, spoedig gevolgd door de burgemeester om de boodschap nog eens extra kracht bij te zetten. In dit dorp zijn jullie niet gewenst!
Elke dag zwerf ik met de honden door het bos. Het is efkes doorzetten als het regent en koud is, maar eenmaal buiten is het toch lekker. De lucht is heel zuiver en de stilte stil. Om het bos te bereiken moet ik eerst een fikse heuvel beklimmen en dat gaat me steeds vlugger af. Kortom, ik word hier hartstikke gezond.
Wij Nederlanders kunnen niet zonder “Gezellig”. Gezellig kletsen met elkaar. Gezellig een glaasje wijn en een kaarsje er bij aan. Gezellig een hapje eten met vrienden. En als we weer naar huis gaan kunnen we nog eens innig tevreden tegen elkaar zeggen: “Het was gezellig, hè!”
Ziedend ben ik. Als ik ze tegenkom sla ik ze plat! Ik ben ver over de grens van mijn vegetarische tolerantie. Wekenlang heb ik het zaad uit de zaaigrond gekeken en de enkeling die boven durfde komen teder in een potje gevleid en gekoesterd. Scheen het zonnetje dan kregen ze een warm plekje buiten, als het weer een beetje tegenzat werden ze terug naar de veiligheid van de serre gebracht. Ik heb ze liefdevol over hun blaadjes geaaid zodat ze stevige worteltjes kregen en aanmoedigend toegesproken. Eindelijk was het grote moment aangebroken dat de plantjes groot genoeg waren geworden voor de echte tuingrond.
Al een aantal dorpsbewoners weten me te vertellen waarom de Nederlanders zo massaal in Frankrijk komen wonen. We vluchten voor de dreigende waternoodramp! Als ik tegenwerp dat het gevaar wel meevalt en dat er al veel inspanningen worden gedaan om de dijken te versterken, wordt er wat meewarrig gelachen en krijg ik nog eens geduldig uitgelegd hoe ernstig het wel gesteld is daar in Holland. Neen, hier in de Ardennen of eigenlijk nog preciezier, dit dorp, is het beste plekje waar je kunt wonen, wordt me telkens ernstig voorgehouden.
We eten elke dag vers stokbrood. De bakker die bij ons langskomt is helaas niet de beste bakker in de omgeving. De lekkerste bakker bakt 15 kilometer van ons vandaan en die heeft geen bus. Onze bakker uit datzelfde dorp heeft wel een bus en rijdt in een hoog tempo door de omliggende dorpen. In het begin waren we telkens net te laat buiten om hem tegen te kunnen houden. Ook al gingen we midden op de weg staan zwaaien, omkeren deed hij niet.
Als je net ergens woont is het niet gemakkelijk om de juiste mensen te vinden en hoop je maar dat de eerste beste loodgieter in de gele gids ook een goede loodgieter is. We hadden meer dan dringend een verwarmingsmonteur nodig die de oude oliestook weer tot leven zou kunnen brengen. We hadden ons inmiddels in skipakken uitgedost in de hoop een beetje warm te blijven in dit grote, tochtige huis en we hadden ons naar voorbeeld van de lokale bevolking teruggetrokken in één ruimte en de luiken van de andere kamers stevig dichtgedaan. Volgens goed frans gebruik blijven luiken de hele winter dicht om pas in de loop van maart als het zonnetje er weer zin in lijkt te krijgen één voor één open te gooien.
De temperatuurverschillen zijn in februari groot, ’s nachts zakt de temperatuur tot wel -10 en ’s middags kunnen we in een t-shirtje op het terras zitten, weliswaar in een beschut en zonnig hoekje. Als de zon schijnt, dan willen we naar buiten, dus het was een goede reden om de tuin eens aan te pakken. In Nederland zijn we gewend dat een huis schoon wordt opgeleverd, maar in Frankrijk denken ze daar heel anders over.
In Frankrijk moet een huis dat verkocht is daadwerkelijk binnen enkele maanden zijn overgedragen aan de koper en zo kwam het dat we al snel aan het gammele bureautje bij de franse notaris zaten. Een grotere tegenstelling met de werkruimte van een Nederlandse notaris kun je je niet voorstellen. In dat verveloze jaren vijftig interieur lagen de dossiers in een nonchalante hoop tegen de muren opgestapeld, maar gelukkig lag ons dossier klaar op zijn bureau en hoefde de secretaresse maar een enkele keer er aan te pas komen om het dossier helemaal compleet te maken zodat de verkoop kon doorgaan.
Wij wonen alweer bijna een jaar in het zuid-oostelijk puntje van de Franse Ardennen. Wat kan het leven toch een rare wending nemen. Ik heb al eens een jaar in Parijs gewoond en dat is niet leuk geweest en sindsdien is mijn kijk op Frankrijk altijd door die ervaring fel gekleurd gebleven. De fransen zijn onverschillig, ongeinteresseerd, afstandelijk, hautain... Ik had altijd een lange lijst van eigenschappen paraat voor wat ik typisch frans noemde.

Het is al vaker opgemerkt dat de Meuse rijk is aan kleine monumenten. Om die te ontdekken heb je een oplettend oog nodig want ze bevinden zich vaak op de meest onverwachte plaatsen. Zo heeft Gérard Cady, een historicus gespecialiseerd in de geschiedenis en architectuur van Montmédy en omstreken, onlangs een mooie ontdekking gedaan.







