Februari 2009
Geschreven door Marie
zondag, 01 februari 2009

De temperatuurverschillen zijn in februari groot, ’s nachts zakt de temperatuur tot wel -10 en ’s middags kunnen we in een t-shirtje op het terras zitten, weliswaar in een beschut en zonnig hoekje. Als de zon schijnt, dan willen we naar buiten, dus het was een goede reden om de tuin eens aan te pakken. In Nederland zijn we gewend dat een huis schoon wordt opgeleverd, maar in Frankrijk denken ze daar heel anders over.

Tijdens de verkoop van ons huis in Nederland hebben we alles gedaan om het huis er op zijn voordeligst uit te laten zien; een lekker boenwasluchtje, een paar vrolijke boeketten uit de tuin, glanzende ramen, een glimmende badkamer, enzovoort. “Staging” noemen de engelsen dat zo mooi. Tijdens onze zoektocht in Frankrijk leek het er op of de Fransen juist niet willen dat je het huis mooi vindt. Je stapt over vies wasgoed en rondslingerend speelgoed, je wordt afgeleid door een eigenaresse in ochtendjas omdat ze verkouden is en die de makelaar belet zijn verkooppraatje te doen en buiten tel je de wrakken van auto’s die de familie de laatste decennia in hebben gereden en waar de kippen dankbaar gebruik van maken om eieren in te leggen. We hebben zelfs een huis bezocht waar het gebit van de overleden heer des huizes nog in een glaasje water naast het bed stond. Het huis dat wij betrokken bleek ook allesbehalve schoon opgeleverd en al gauw hadden we een enorme berg afval dat naar de stort moest worden gebracht en toen hadden we nog niet eens de tuin bekeken. De familie had blijkbaar een stoelenfetisj. Overal vonden we kapotte stoelen tot zelfs hangend in de boom naast oude pannen en nog meer ongerijmde decoratie. We ontdekten ook grote hopen puin die in de zomer door gras en brandnetels aan onze aandacht waren ontsnapt en tijdens een paar moeizame pogingen in de zware klei te spitten kwamen er vele scherven van flessen naar boven. Het huis is vroeger een café-restaurant geweest. We besloten voorlopig alleen op stoelenjacht te gaan, terwijl we ons afvroegen waar we al die troep moesten heenbrengen. Tot voor kort was er een stort buiten het dorp, heel handig tegen een stijle heuvel gelegen. Je brengt je oude wasmachine tot aan de rand, geeft ‘m een flinke douw, en voila, binnen de kortste keren is het ding uit het zicht verdwenen. Gelukkig is er nu een heus containerpark ingericht waar je gratis(!) je grofvuil mag brengen onder het strenge toezicht van een parkbeheerder. We bleken er wel 30 kilometer voor te moet rijden en vele dorpsbewoners passen daardoor nog steeds de verdwijntruc op de heuvelrand toe. Kortom de containerparkbeheerder werd de eerste Fransman waarmee we een innige band hebben opgebouwd.

Het werd intussen de hoogste tijd om ons aan de burgemeester voor te stellen. We hadden trouwens dringend een inschrijvingsbewijs nodig voor de Nederlandse fiscus. Het gemeentehuis is maar twee avonden een uurtje open en het was ons al een paar keer overkomen dat we te laat waren. We klommen een grote kale trap op en vonden in het donker een deur dat naar de administratie leidde. Op ons bescheiden klopje werd ons meegedeeld dat we moesten wachten. We kregen alle tijd om het behang uit de jaren vijftig te bewonderen en een indruk te krijgen hoe de Mairie er in zijn glorietijd er uit zou moeten hebben gezien. Het dorp telde voor de eerste wereldoorlog bijna 2000 zielen, terwijl wij ons nu als inwoner nummer 183 en 184 lieten registreren. De secretaresse en de burgemeester ontvingen ons vriendelijk met de gebruikelijke handdruk, totdat we begonnen over een bewijs van inschrijving. De burgemeester keek ons verbijsterd aan en hoopte dat zijn secretaresse meer licht wist te werpen op deze vreemde wens. In Frankrijk kennen ze blijkbaar geen registratie in de burgerlijke stand. De franse belastingdienst schijnt meer over zijn belastingplichtige bevolking te weten, maar hoe zij dan weer aan hun informatie komen? Enfin, toen kwamen er nog twee mensen en dat werd de burgemeester allemaal te veel. Hij (of liever zijn secretaresse) zou een brief schrijven dat we hier woonden en de brief bij ons in de brievenbus doen. We moesten nu maar gauw gaan, het was zo druk vanavond! Als we nog meer vragen hadden, moesten we een andere keer maar weer eens komen.

De brief vonden we inderdaad na een paar dagen in onze brievenbus, in zesvoud zelfs!, maar de Nederlandse fiscus vond het geen afdoend bewijs. Een fiscaalnummer daar hadden ze wat aan. Leuk jongens, hoe kom je daar aan? En toen ging ook nog eens de verwarming kapot.

 
Share   Mail dit artikel  

 
Het Weer
Column
lente-in-de-meuse

Ook al heeft het alom bekende liedje ‘Le printemps’ van Michel Fugain een heel hoog flower-power-gehalte, het is gewoon waar dat het voorjaar een hoop nieuwe energie losmaakt. Veel mensen zijn na de winter ongeduldig en kunnen niet wachten met het werk in de tuin. Spitten, zaaien, poten, snoeien en andere werkzaamheden zijn activiteiten die de ‘tuinspieren’ weer gaan activeren.

Recepten
crème brûlée
Op de vraag waar de creme brulee vandaan komt, is geen uitduidig antwoord te geven. Zowel de Spanjaarden, de Engelsen als de Fransen claimen de herkomst van dit dessert. Waar het dessert ook van daan komt.... het is lekker en we geven je graag een recept dat niet kan mislukken.