We eten elke dag vers stokbrood. De bakker die bij ons langskomt is helaas niet de beste bakker in de omgeving. De lekkerste bakker bakt 15 kilometer van ons vandaan en die heeft geen bus. Onze bakker uit datzelfde dorp heeft wel een bus en rijdt in een hoog tempo door de omliggende dorpen. In het begin waren we telkens net te laat buiten om hem tegen te kunnen houden. Ook al gingen we midden op de weg staan zwaaien, omkeren deed hij niet.Het stopsysteem bleek heel simpel, ontdekten we later, je hangt een broodzak goed zichtbaar buiten en dan stopt de bakker keurig voor de deur. Je kunt een briefje en geld in de zak steken, maar je kunt ook naar buiten rennen en dan doet hij de zijklep van de bestelbus open zodat je direct uit zijn winkeltje kunt kiezen. Je kunt niet van die heerlijke slagroompunten kopen of uit een eindeloos sortiment brood kiezen, daarvoor moet je in Nederland zijn. De franse bakker houdt zijn werk liever simpel en overzichtelijk.
Er is heel weinig verkeer in het dorp dus de rond scheurende bakker merk je onmiddellijk op, hij toetert ook af en toe hard voor de slechthorenden onder ons. Helaas niet voor de hond die zo tevreden op straat in het zonnetje lag te slapen. Ik vraag me af of de bakker in zijn hoge vaart de hobbel wel heeft gevoeld. De hobbel was iedergeval plotsklaps in de hondenhemel beland voordat hij een oog kon openen. De eigenaar heeft onbekommerd een nieuwe hond aangeschaft en die zie je regelmatig rakelings voor een auto wegspringen. De bakker heeft van het hele incident weinig geleerd, de wijsheid moet maar van de hond komen.
We kunnen zo heerlijk met onze landgenoten mijmeren over frans stokbrood met echte boter, wat brie of een plak boerenham met een glaasje wijn er bij. Meer hoeft het niet te zijn om je gelukkig te voelen. Zulk hemels stokbrood kunnen ze in Nederland niet bakken, daar zijn we het unaniem over eens, totdat bij een hap stokbrood het wel heel erg kraakt in je mond - zo knapperig was het brood toch ook weer niet? – en je een stuk kies uit je mond vist. Het leven in Frankrijk is niet zonder risico.
Als eerste reactie schiet je in diepe ontkenning, dat stukje is geen kies, maar een steentje dat in het brood is mee gebakken. Maar als je tong telkens heimelijk naar dat gat in je mond trekt en zelfs pijnlijk wordt door het schuren langs de ruwe kanten, moet je wel tot het besef komen dat je werk hebt voor een tandarts.
Het onderwerp tandarts hebben we lange tijd voor ons uit geschoven. Niet lang geleden vertelde een Nederlander dat hij last had van een kroon in zijn mond en omdat hij voorlopig niet naar Nederland ging, besloot hij de lokale tandarts een bezoek te brengen. Wat er precies mis ging in de communicatie is tot op heden niet duidelijk, maar de tandarts heeft zonder aarzeling de hele kroon uit zijn mond getrokken, waardoor alsnog voortijdig naar Nederland moest worden afgereisd.
Met het stukje kies in mijn hand heb ik daarom besloten dat ik voor een franse tandarts mijn mond nooit zal opendoen en dat het maar een op-en-neertje Nederland moest worden. Niet dat ik zo’n blind vertrouwen heb in mijn landgenoten die als tandarts aan de kost komen. Een aantal jaren geleden heeft nog zo’n aardige meneer me naar een kamertje apart genomen omdat hij eens met me wilde praten. Hij spiegelde me een toekomst van helse kiespijnen voor als ik niet zeker een aantal kiezen liet vervangen door kronen. Toen ik piepend vroeg wat me dat allemaal ging kosten ben ik van schrik weggerend en nooit meer bij hem teruggekomen, want tijdens een second opinion bleek dat mijn gebit prima in orde was.
Je zit in zo’n tandartsstoel vol overgave je mond open te houden en je moet er maar op vertrouwen dat de man oprecht knutselwerk verricht en niet een paar prima vullingkjes vervangt omdat hij wat extra inkomen kan gebruiken. De tandarts waar ik zoveel kilometers voor over heb, heeft tenminste een camera en laat op de monitor zien wat er aan je gebit moet gebeuren.
Terwijl mijn Nederlanse tandarts druk bezig is het vulsel voor mijn holle kies te maken, keek ik vanuit de stoel in de tuin en zag ik dat hij een groot zwembad had laten aanleggen.

Ook al heeft het alom bekende liedje ‘Le printemps’ van Michel Fugain een heel hoog flower-power-gehalte, het is gewoon waar dat het voorjaar een hoop nieuwe energie losmaakt. Veel mensen zijn na de winter ongeduldig en kunnen niet wachten met het werk in de tuin. Spitten, zaaien, poten, snoeien en andere werkzaamheden zijn activiteiten die de ‘tuinspieren’ weer gaan activeren.








