Al een aantal dorpsbewoners weten me te vertellen waarom de Nederlanders zo massaal in Frankrijk komen wonen. We vluchten voor de dreigende waternoodramp! Als ik tegenwerp dat het gevaar wel meevalt en dat er al veel inspanningen worden gedaan om de dijken te versterken, wordt er wat meewarrig gelachen en krijg ik nog eens geduldig uitgelegd hoe ernstig het wel gesteld is daar in Holland. Neen, hier in de Ardennen of eigenlijk nog preciezier, dit dorp, is het beste plekje waar je kunt wonen, wordt me telkens ernstig voorgehouden. Chauvinisme is de fransman aangeboren, daar kan hij niets aan doen. Ik doe dan ook geen enkele moeite om over al die mooie dingen in Nederland te vertellen. Om van die vermoeiende, vaak eenzijdige discussie over al dat nadere onheil af te zijn, zeg ik maar voor de grap dat we onze huizen nu op boten bouwen. De onheilsprofeet kijkt me pijnzend aan en knikt dan vervolgens goedkeurend. Die Hollanders zijn toch nog zo stom niet.
Het is waar dat de autochtone fransman in deze streek over het algemeen weinig aan het broeikaseffect schuld heeft. De mensen verlaten niet graag hun dorp, enkel noodgedwongen voor de boodschappen bijvoorbeeld, en vakantie wordt het liefst in eigen huis en tuin doorgebracht. De hoognodige auto is minstens de tien jaar gepasseerd en wordt alleen ingewisseld voor een nieuwer exemplaar als er echt geen leven meer in te schoppen is. Eén dorpsbewoner moet zelfs eerst zijn auto de heuvel afduwen om hem aan de praat te krijgen, maar dat stukje gymnastiek is voor hem nog steeds geen reden om zijn spaarvarken aan te spreken voor een betrouwbaarder vervoermiddel.
De meesten dorpsbewoners verwarmen zich aan een houtkachel. Zo kun je je elk jaar voor een stukje bos inschrijven om de gemerkte bomen te mogen kappen voor stookhout. Het bos wordt daarmee goed onderhouden en de mensen hebben goedkope brandstof. De gemeente gebruikt de kapinkomsten uiteraard voor de algemene kosten van het dorp en als er wat overschiet wordt er subsidie gegeven aan bijvoorbeeld het plaatselijk ziekenhuis.
Verder leven de mensen van hun moestuin en boomgaard. Helaas kunnen er geen wilde asperges meer worden geplukt omdat de landbouwers te rijkelijk gebruik hebben gemaakt van de gifspuit. Kikkerbilletjes zijn intussen verboden en ook in de Ardennen sterven de bijenkolonies op mysterieuze wijze, dus de supermarkt is een noodzakelijk kwaad geworden.
Een meubelboulevard zul je in deze streek trouwens ook niet aantreffen, hooguit een winkelruimte waarin een paar meubelstukken te koop staan aangeboden. De oudere generatie zul je hier niet als kooplustige aantreffen. Zij zijn tevreden met de meubelstukken die al generaties in de familie zijn doorgegeven.
Jan en ik zijn laatst bij Frederique en zijn vrouw uitgenodigd voor een aperitief. Zij wonen in een groot, maar ernstig verwaarloosd huis. Ik was altijd al nieuwsgierig hoe het daarbinnen uit zou zien. Er moet toch iets van de vroegere grandeur terug te vinden zijn. Het echtpaar bleek maar twee kamers te bewonen, een keukenachtige ruimte en en een slaapkamer. Toen we door de voordeur binnenstapten, moest eerst een zwaar gordijn weggeschoven worden. Zo’n gordijn tref je trouwens in veel woningen aan en is bedoeld om de tocht tegen te houden. We stonden bij binnenkomst direct in hun verblijfsruimte. Geen statige ontvangsthal, dus. In het midden stond een grote tafel met het beroemde zeiltje erover, wat meubeltjes langs de kant en een groot ouderwets fornuis, hun enige verwarming, nam de meeste ruimte in beslag. Ondanks de schemer buiten èn binnen was de tl-verlichting niet aan. We waren in een decor van de jaren twintig gestapt. Toen we na een paar glaasjes naar buitenstommelden, zouden we ons bedrukt moeten voelen over zulke trieste armoede, maar we weten intussen beter. Frederique bezit veel landbouwgrond en zijn oude sok zal intussen goed gevuld zijn. Het zijn geen vrekken, deze generatie Ardennezen hebben nooit luxe gekend en willen daar ook geen verandering meer in brengen. Hun kinderen zijn wel weggetrokken voor een modern huis met plastic schrootjes en breedbeeld TV. Zij komen alleen nog terug in de streek om het voormalig ouderlijk huis als vakantiewoning te gebruiken.
Toch is de tijd niet voor iedereen stil blijven staan. Morgen zijn we uitgenodigd voor een Tupperware Party, duurzaam plastic dat wel!

Ook al heeft het alom bekende liedje ‘Le printemps’ van Michel Fugain een heel hoog flower-power-gehalte, het is gewoon waar dat het voorjaar een hoop nieuwe energie losmaakt. Veel mensen zijn na de winter ongeduldig en kunnen niet wachten met het werk in de tuin. Spitten, zaaien, poten, snoeien en andere werkzaamheden zijn activiteiten die de ‘tuinspieren’ weer gaan activeren.








