Wij Nederlanders kunnen niet zonder “Gezellig”. Gezellig kletsen met elkaar. Gezellig een glaasje wijn en een kaarsje er bij aan. Gezellig een hapje eten met vrienden. En als we weer naar huis gaan kunnen we nog eens innig tevreden tegen elkaar zeggen: “Het was gezellig, hè!”
De Fransen lijken het ook gezellig te hebben. Zitten zij niet aan die lange tafels te eten en eindeloos te praten, wat wij Nederlanders ook graag doen? Ik ben al vele malen aan zo’n lange tafel aangeschoven, maar miste toch telkens weer die Hollandse gezelligheid. Fransen willen zien wat ze op hun bord hebben liggen en hebben liever een TL-bak aan dan een kaarsje. Tijdens de overvloedige maaltijd wordt er uitgebreid over het eten gepraat, want dat doen Fransen graag, praten over eten. Ze kunnen zich geen betere en gezondere gerechten voorstellen dan die uit hun eigen streekkeuken en hebben een flink vooroordeel over het eten wat wij Nederlanders naar binnen durven te werken. Het valt me niet mee om tegen zoveel chauvinisme op te boksen. Misschien ligt het ook aan het feit dat ik de taal niet perfect beheers en daardoor niet ad rem kan reageren dat ik die broodnodige gezelligheid nog steeds bij mijn landgenoten moet zoeken. Mijn grapjes komen er te moeizaam uit en dan denken mijn toehoorders al gauw dat ik iets serieus probeer te vertellen. En als mijn nadere uitleg ook al niet helemaal lukt, begin ik het aan zo’n Franse tafel al gauw heel ongezellig te vinden.
We zijn zo doordrenkt met onze eigen cultuur dat het moeilijk is om die Hollandse bril af te zetten en je Franse omgeving met niet-oordelende ogen te bekijken. Als je naar een programma kijkt als “Ik Vertrek!” dan willen de Vertrekkers meestal het Nederlanse leven vol regeltjes ontvluchten en denken in bijvoorbeeld Frankrijk een stressloos leven tegemoet te gaan. Ze zijn nog niet de grens over of de stress loopt hoog op omdat ze in Frankrijk geen Hollandse regeltjes kennen en vanwege het stressloze bestaan absoluut geen haast hebben om jou met je zakelijke plannen vooruit te helpen. Ze begrijpen niets van onze Hollandse haast en enthousiasme.
In de ogen van de bevolking van de Ardennen zijn de Nederlanders heel rijk. Waarom willen de Nederlanders hier een onderneming beginnen als ze al zoveel geld hebben?
In ons dorp woont een echtpaar dat van €300 per maand moet rondkomen. Ze rijden zelfs in een auto, nou ja auto. De heer des huizes liet me laatst met trots zijn moestuin zien. Het aardappelveldje wordt gekweekt met aardappelen die jagers in het bos hebben gegooid voor de everzwijnen en de aardbijplantjes zijn nazaten van plantjes van de buren die door het hek waren gegroeid. Hij heeft zelfs een perzikboom staan die hij uit een pit heeft groot gebracht en stookhout kreeg of vond hij wel ergens. Zo weet hij met veel creativiteit zich in zijn levensbehoefte te voorzien. Hij vertelde me blij dat hij een heel goed leven heeft.
Aan het einde van de rondleiding voegde hij me ook nog vriendelijk toe dat hij supergezond was en dat hij onafhankelijk van winkels kon overleven. Niet zoals Madame! Hij beloofde me nog een bak kiwi’s voor mijn gezondheid.
Helaas gunde hij me geen blik in zijn huis, alhoewel ik er wel naar kan raden. Je mag dan wel een gevulde en gezonde buik hebben, je hebt toch ook behoefte aan een beetje gezelligheid om je heen om je helemaal gezond te voelen?
Na het gesprek met deze supergezonde dorpsgenoot heb ik mijn Hollandse bril nog eens stevig op mijn neus gedrukt en Peter en Jeanine gebeld of ze zin hebben in gezellig een bakkie te komen doen.

Ook al heeft het alom bekende liedje ‘Le printemps’ van Michel Fugain een heel hoog flower-power-gehalte, het is gewoon waar dat het voorjaar een hoop nieuwe energie losmaakt. Veel mensen zijn na de winter ongeduldig en kunnen niet wachten met het werk in de tuin. Spitten, zaaien, poten, snoeien en andere werkzaamheden zijn activiteiten die de ‘tuinspieren’ weer gaan activeren.








