Ons dorp is in rep en roer. Er is zomaar een groepje zigeuners neergestreken, weliswaar net buiten het dorp - op het veldje naast ons huis - maar je weet maar nooit straks worden het er steeds meer. Men is aardig tegen ze en dan zeggen ze anderen dat ze hier ook moeten komen. Een vriendelijk onthaal heeft aanzuigende werking menen mijn dorpsbewoners. Vandaar dat de families nog maar net hun caravan hadden afgekoppeld of de politie verscheen ter tonele, spoedig gevolgd door de burgemeester om de boodschap nog eens extra kracht bij te zetten. In dit dorp zijn jullie niet gewenst!
Op het oog lijkt zo’n Gitane-leven hartstikke romantisch. Overal en nergens is je thuis. Je bent zo vrij als een vogeltje. Geen hypotheek en geen loondienst die als een molensteen om je nek hangen. Maar aan de andere kant ben je nergens welkom. Hoe je ook je best doet, aan de slechte reputatie valt niet te ontsnappen. Wat een afschuwelijk gevoel moet dat zijn als iedereen je zo achterdochtig in de gaten houdt! Jan en ik wilden ons niet laten opjutten, maar we hebben toch de achterdeur op slot gedaan en ik herinnerde me ineens dat mijn moeder de was van de lijn haalde zodra zigeuners in het dorp waren gesignaleerd en dat bij de Spar maar 1 zigeuner tegelijk de winkel binnen mocht.
De burgemeester heeft ‘s avonds de straatlantaarns speciaal in ons hoekje van het dorp aangestoken en mijn buren hebben de buitenlampen de hele nacht laten branden. De boodschap was heel duidelijk; we vertrouwen jullie voor geen demi baguette!
In de loop van de volgende ochtend waren ze er desondanks nog. De burgemeester bracht hen nog maar eens een bezoekje. Eén caravan werd daarop verplaatst en het leek erop dat ze de gastvrijheid van ons dorp inderdaad voor gezien hielden. Jan werd gevraagd hoe lang het rijden was naar Buzancy; een half uurtje, maar ’s avonds was het kampje er nog. Ze draaiden wat franse smartlappen en verdwenen vervolgens in hun caravan om televisie te gaan kijken. Niks geen hoogoplaaiend kampvuur met felle vioolmuziek en rondspattend temperament. Eén vader kwam waggelend uit het café, trok de caravandeur met een bonk achter zich dicht en toen was enkel nog het snorren van de generator het bewijs dat we nieuwe buren hadden gekregen. Ze onderscheidden zich dus in niets van mijn dorpsbewoners, alhoewel die misschien wat minder rustig sliepen die nacht.
Als je Vouziers binnen rijdt, zie je een klein zigeunerkampje. Geen bijzonderheid want er zijn meer dan 700 000 zigeuners in Frankrijk en in Spanje zelfs nog veel meer. In Vouziers woont de zigeunerfamilie het hele jaar door in drie piepkleine caravanetjes. De wasmachine staat buiten en de bewoners meestal ook. Afgelopen januari hebben we dagen van wel -20 graden vorst gehad en dan kun je niet anders dan bewondering én medelijden hebben met deze taaie verschoppelingen. Met genoegen zag ik dan ook dat in het voorjaar 1 caravannetje was vervangen door een heuse stacaravan. Zou iemand zich hun lot hebben aangetrokken en een stacaravan hebben geschonken of hadden ze die zelf bijelkaar gespaard?
Want dat vraag je je natuurlijk wel af, waar leven die mensen van? De werkeloosheid is onder de lokale bevolking al fors en seizoensarbeid is hier niet. Koolzaad, graan en mais worden met grote machines van het land gehaald en daar heeft de boer geen zigeunerhulp bij nodig. Door de fransen wordt stellig beweerd dat ze het vooral gemunt hebben op vakantiewoningen die ze helemaal leeg roven. Voilà, klinkt wel erg aannemelijk, dus groeten we onze exotische maar saaie buren vriendelijk en sluiten vervolgens stevig deuren en luiken. Alleen, waar verstoppen ze al die geroofde spullen dan? In hun caravannetje?
Onze nieuwe buurtjes hebben hun gezapige leventje drie dagen op het veldje weten vol te houden en waren weer net zo plotseling vertrokken als ze gekomen waren. Een keurig dichtgebonden vuilniszak bij de straatlantaarn als vaarwelgeschenk achterlatend. Ik hoop dat het hen goed gaat. De Gitanes van Vouziers hadden geen geluk. De stacaravan brandde al na drie weken tot de grond af en nu staan er weer drie caravannetjes en een wasmachine.

Ook al heeft het alom bekende liedje ‘Le printemps’ van Michel Fugain een heel hoog flower-power-gehalte, het is gewoon waar dat het voorjaar een hoop nieuwe energie losmaakt. Veel mensen zijn na de winter ongeduldig en kunnen niet wachten met het werk in de tuin. Spitten, zaaien, poten, snoeien en andere werkzaamheden zijn activiteiten die de ‘tuinspieren’ weer gaan activeren.








