De Kaisertunnel
In het Argonne bos net achter Varennes en Argonne ligt de Kaisertunnel. De Kaisertunnel, gegraven in de Eerste Wereldoorlog, is de enige tunnel in het Argonner bos die is opengesteld voor het publiek.
Duitse offensieven in de Argonne, september 1915
In september 1915 hebben de Duitse troepen de laatste offensieven in de
Argonne gevoerd om de frontlijn recht te trekken en een strategisch gunstige
positie te verkrijgen. Aan de westkant van de Argonne werden op 8 september 1915
de frontbogen bij het Werk Marie Thérèse en hoogte 213 tenietgedaan. Aan de
oostkant waren er op 27 september de gevechten op la Fille Morte, hoogte 285 en
de Haute Chevauchée.
Na deze frontcorrecties had het Duitse opperbevel vanaf
oktober 1915 geen offensieve intenties meer, en men ging over tot het versterken
van de bereikte posities. Door de verkorting van de frontlijn konden
aanzienlijke troependelen van het front vrijgemaakt worden die vervolgens naar
de Champagne werden gestuurd om daar de Franse offensieven te helpen blokkeren.

Op deze kaart uit de Eerste Wereldoorlog is mooi te zien hoe de frontlijn
zich tot september 1915 ontwikkelde. De open blauwe lijn is de frontlijn van
voor september. De dichte blauwe lijn is de frontlijn na de Duitse aanvallen op
8 en 27 september 1915. Deze situatie bleef in stand tot september 1918. In rood
is het samenstel van Ortlieb-, Kaiser- en Verbindungstunnel aangegeven.
De strategische positie in de Argonne was voor de Duitsers over het algemeen
beter dan van de Fransen, vooral in het westen waar ze de Franse stellingen in
het Biesme-dal overzagen. En vanaf la Fille Morte en Bolante had men zicht in
het Courte Chausses-dal. In het oosten echter was het doel niet helemaal
bereikt, de Haute Chevauchée is in de Eerste Wereldoorlog nooit helemaal in
Duits bezit gekomen. Omdat de linies erg dicht bij elkaar lagen ontwikkelde zich
hier een heftige mijnenoorlog.
Tunnels in de Argonne
De Fransen hadden nog steeds zicht in het zuidelijke deel van het
Meurissons-dal en daarom moesten de Duitse troepen verder terug worden
ondergebracht. Dit was waarschijnlijk de reden voor de bouw van de
Kaisertunnel. Een tunnel noord-zuid gesitueerd op deze plaats
kon een veilige overtocht voor de Duitse troepen waarborgen.
Zowel Duitsers
als Fransen hebben op deze wijze en met dit doel vele tunnels aangelegd in de
Argonne. Sommige bronnen spreken van 11 Duitse en 13 Franse tunnels. Variërend
van kleine tunneltjes die toegang gaven aan een netwerk van mijngangen tot aan
een enorm ondergronds complex als de Franse Lecomte-tunnel. Het merendeel van de
tunnels is nu niet meer toegankelijk, en de Kaisertunnel is de enige die is
opengesteld voor het publiek.
Bouw van de Kaisertunnel
De Kaisertunnel maakt deel uit van een serie van drie tunnels die in elkaars
verlengde liggen. In het noorden de Ortlieb-tunnel, in het middendeel de
Kaisertunnel en in het zuiden, het dichtst bij de frontlijn gelegen, gevolgd
door de Verbindungs- of Bataillonstunnel.
Als eerste is de Kaisertunnel aangelegd. Met de bouw werd begonnen in
november 1915 door Infanterie Regiment 173. Achtereenvolgens door het IIIe en
het IIe Bataillon van dit regiment tot aan maart 1916. Aansluitend begon in juli
1916 het Ie Bataillon van het zelfde regiment met de aanleg van de
Verbindungstunnel. Eind 1916 volgde nog het graven van de Ortlieb tunnel. Op het
einde van de Eerste Wereldoorlog waren er ook ondergrondse Oost-West
verbindingen ontstaan.
De steensoort waar de tunnel door is gegraven wordt "gaize"
genoemd en komt op maar enkele plaatsen voor op aarde. Behalve in de Argonne nog
in Japan en in Schotland. De tunnel was elke 1,5 meter voorzien van een houten
portaalconstructie als ondersteuning. Elke 100 meter was er een deur die de
tunnel in afsluitbare compartimenten verdeelde. Op het diepste punt is de tunnel
40 meter onder het maaiveld.
In het noordelijke deel van de Kaisertunnel is een hospitaal
met operatiekamer ontstaan. Gewonden konden hier zeer dicht achter het front een
eerste behandeling ondergaan. De ruimte is nu ingericht met oude materialen en
poppen om een voorstelling te maken van het hospitaal van toen. Deze inrichting
is verzorgd door Jean Paul de Vries van het museum Romagne '14-'18.
De originele bedden (van hout) zijn in de loop der jaren weggerot. De bedden
die er nu staan, zijn reconstructies van de oorspronkelijke resten die in de
tunnel zijn aangetroffen.
Aan de noordkant van de tunnel zijn parallel aan elkaar vier ingangen
geweest. Bij het ontruimen van de tunnel in september 1918 hebben de Duitse
troepen zelf de ingangen opgeblazen. Ze zijn nog altijd als verdiepingen in het
terrein zichtbaar. Bij de ontruiming zijn alle installaties zoals generatoren en
telefooncentrale meegenomen en hergebruikt in de Siegfriedlinie. De
telefooncentrale bevond zich in een aparte ruimte op een lager niveau dan de
rest van de tunnel. Deze ruimte is nu niet toegankelijk om
veiligheidsredenen.
Het jaar 1915
Voor de soldaten die gelegerd waren in de Argonne, was dit het zwaarste jaar.
Het doel van de Duitse troepen was het bereiken van de spoorwegen van Châlons,
Sainte Ménehould en Verdun. Vervolgens zouden ze de huidige RN3, die
verschillende plaatsen met elkaar verbond, af te snijden om zo door de
frontlinies van de Argonne te kunnen breken. Voor de eerste keer in de Eerste
Wereldoorlog gebruikte generaal Von Mudra, commandant van het 16e leger,
vlammenwerpers.
Aanval na aanval volgde en de verliezen waren enorm. Door de mijnenoorlog
hebben 150.000 Duitsers, 150.000 Fransen en 52.800 Amerikanen het leven
verloren. Een groot deel van de Amerikaanse soldaten (14.800) liggen begraven op
de begraafplaats van Romagne sous Montfaucon, wat het grootste Amerikaanse
kerkhof van de twee wereldoorlogen in Europa is.
De Amerikaanse aanval
Op 24 september 1918 trokken de Duitsers zich terug uit de Kaiser Tunnel met
medeneming van 2 elektrische generatoren, 23 ventilatoren, hun telefoon
verbindingsbord en hun reparatiespullen. Ze verhuisden alles naar achter hun
verdedigingslinie ‘Hindenburg’ in het noorden.
Op 25 september blies één
enkele explosie alle 10 de uitgangen van de Kaiser Tunnel op. Dit veroorzaakte
een enorme landverschuiving (500 m3 rommel/ modder is later verwijderd). Op 26
september vielen de Amerikanen aan, te beginnen met de Haute Chevauchee.
Onder de Amerikaanse troepen was ook de toekomstig president Harry Truman,
toen aanvoerder van een ´battery of cannons´; Patton was toen Luitenant Kolonel
en vocht in Montfaucon; Bradley was Generaal tegen het einde van de Tweede
Wereldoorlog. Er waren zelfs toekomstige beroemde schrijvers te vinden: Julien
Green en John Dos Passos. Gabriel d’Annunzio schreef een sidderende beschrijving
van de Argonne.
Het slagveld van de Argonne met zijn netwerk aan loopgraven en tunnels viel
voor 80 jaar in slaap en nu komt het langzaam weer naar boven uit de modder.
De Kaisertunnel nu
De tunnel is in een relatief goede staat van onderhoud. Alleen de uitgangen
en het hospitaal moest opnieuw verstevigd worden. Doordat het dicht bij de
‘Haute Chevauchee’ is gelegen, is de tunnel vrij gemakkelijk bereikbaar. De
tunnel is een deel van een beschermd gebied rondom het Ossuarium.
De Kaisertunnel is sinds enkele jaren opengesteld voor publiek. Aan een kant
is het toe te juichen dat nu ook het gewone publiek hiervan kennis kan nemen,
anderzijds gaat onvermijdelijk de oorspronkelijkheid grotendeels verloren.
Ook bezorgen de gidsen ons nog al eens verrassingen met verhalen waarvan het
waarheidsgehalte niet al te hoog moet worden ingeschat
Genoemd in dit
verband de verwarring over wie de tunnel gebouwd heeft. Behalve het genoemde IR
173 met of zonder hulp van Pioniere, wil een andere gids ons doen geloven dat
het Beierse troepen waren. Een ander punt is de naamsteen die zich boven de
noordelijke ingang bevindt. Eén bron houdt het er op dat de steen tevoorschijn
is gekomen bij opgravingen met een graafmachine op 2,5 meter diepte, een andere
vertelt dat het een replica is die gemaakt is aan de hand van een foto.
Het
kan natuurlijk ook een replica van een opgegraven steen zijn. Vertelt het ene
verhaal over een elektrische installatie met 2 ventilatoren, bij een ander zijn
het er maar liefst 23. Dat de Ortlieb-tunnel tot aan de Abri van de Kronprinz
zou doorlopen is ook nogal overdreven, dat zou een tunnel van enkele kilometers
betekenen. In werkelijkheid is hij honderd meter.
De kroonprins, de oudste
zoon van de Duitse koning en opvolger in lijn, bezocht in de Eerste Wereldoorlog
de Kaiser Tunnel wel twee maal als aanvoerder van het vijfde regiment van het
Duitse leger dat gelegerd was in de Argonne.
Enkele wetenswaardigheden over de Kaisertunnel
Kenmerk van de Kaisertunnel maar ook van andere Duitse tunnels is de S-bocht
die halverwege is gemaakt. Dit is niet alleen om een binnengedrongen vijand te
beletten de gehele tunnel door te schieten, maar vooral om de schokgolf van een
eventuele ontploffing te breken. Franse tunnels zijn over het algemeen recht.
De Franse bombardementen waren hevig. De tunnel zou hierdoor beschadigd
kunnen raken en in kunnen storten. Om dit te voorkomen, werd elke 1.5 meter een
versteviging geplaatst. De gaten hiervoor zijn nog steeds te zien. De tunnel kon
met minimaal 3 deuren afgesloten worden. Deze deuren werden iedere 100 meter
gebouwd.
Het werk aan de Kaisertunnel begon als puur handwerk, maar nadat later in het
zuidelijke deel van de tunnel een elektrische installatie was geplaatst is er
ook met boormachines gewerkt.
Watervoorziening in de tunnel was mogelijk vanuit een naburige bron in het
Meurissons-dal. Het water stroomt er vrij snel en het water werd gekanaliseerd
naar een put in de buurt van de bron.
In het zuidelijke uiteinde van de tunnel is in een gang die afdaalt naar het
westen nog altijd de vroegere doorgang naar de Verbindungs- of Bataillonstunnel
te zien. De verbinding is over een lengte van enkele tientallen meters
ingestort.
De lengte van de hoofdtunnel is 350 meter, maar inclusief de zijtakken en de
afdaling vaan de Verbindungstunnel is er in totaal 455 meter gang gegraven. De
drie tunnels achter elkaar gerekend (Ortlieb-Kaiser-Verbindungstunnel) zorgden
voor 800 meter overdekte passage voor de troepen.
De inhammen die zich bevinden aan ieder uiteinde van de gangen werden gebouwd
om explosieven het bergen. Deze explosieven konden tot ontploffen worden
gebracht in geval van een aanval door de Fransen.
Een ventilatieschaft zorgde voor de afvoer van rook (de ziekenhuiskamer was
de enige kamer die verwarmd kon worden).
De ondergrondse ruimte die nog bestaat is waarschijnlijk een
ontspanningsruimte geweest. De muren waren bedekt met metalen schilden die iets
afliepen. Op deze manier kon men ook het lekkende water opvangen in een
reservoir dat halverwege is gemaakt.
De Kaisertunnel,
een fascinerend stuk geschiedenis van de Eerste Wereldoorlog,
Midden in de Argonne langs de Route Haute Chevauchée.
Tekst en foto's Jitske-Mariëlle Nipius van