Eind juli, augustus en begin september worden we in de Ardennen geplaagd door de larven van de herfsmijt (of hooijmijt). De volwassen mijten leven in de grond en daarvan hebben we geen last, maar de larven hebben een eiwitrijke maaltijd nodig en die halen ze bij veldmuizen of andere kleine dieren en ze proberen het ook bij de mens, maar dat loopt voor de larf meestal slecht af.
De larven zitten in het gras en wachten daar op voorbijkomend wild en zoeken een plek waar de huid niet te dik is. Daar beginnen ze een tunneltje in de huid te graven. Ze eten weefselresten, weefselvocht en ook bloed. Na een dag of twee laten ze zich weer op de grond vallen.
Proberen ze een tunneltje bij de mens te graven dan loopt dat meestal mis. Bij het graven en eten scheidt de herfstmijt speeksel af dat bij de mens verschrikkelijk veel jeuk veroorzaakt dat pas na een week verdwijnt. Veel is hier niet tegen te doen, behalve gras zoveel mogelijk in die periode te mijden. De boeren krabben zo'n bultje direct open totdat het flink begint te bloeden zodat de larf wordt weggespoeld. Als je dit doet moet je natuurlijk de plek goed desinfecteren! Insectwerendemiddelen helpen maar enigszins.

Ook al heeft het alom bekende liedje ‘Le printemps’ van Michel Fugain een heel hoog flower-power-gehalte, het is gewoon waar dat het voorjaar een hoop nieuwe energie losmaakt. Veel mensen zijn na de winter ongeduldig en kunnen niet wachten met het werk in de tuin. Spitten, zaaien, poten, snoeien en andere werkzaamheden zijn activiteiten die de ‘tuinspieren’ weer gaan activeren.








